単語

副詞を学ぶ – オランダ語

cms/adverbs-webp/141168910.webp
daar
Het doel is daar.
そこに
ゴールはそこにあります。
cms/adverbs-webp/77321370.webp
bijvoorbeeld
Hoe vind je deze kleur, bijvoorbeeld?
例として
例としてこの色はどうですか?
cms/adverbs-webp/71670258.webp
gisteren
Het regende hard gisteren.
昨日
昨日は大雨が降った。
cms/adverbs-webp/77731267.webp
veel
Ik lees inderdaad veel.
たくさん
たくさん読んでいます。
cms/adverbs-webp/10272391.webp
al
Hij slaapt al.
すでに
彼はすでに眠っている。
cms/adverbs-webp/132151989.webp
links
Aan de linkerkant zie je een schip.
左に
左に、船が見えます。
cms/adverbs-webp/78163589.webp
bijna
Ik raakte bijna!
ほとんど
ほとんど当たりました!
cms/adverbs-webp/71109632.webp
echt
Kan ik dat echt geloven?
本当に
本当にそれを信じてもいいですか?
cms/adverbs-webp/123249091.webp
samen
De twee spelen graag samen.
一緒に
二人は一緒に遊ぶのが好きです。