単語
形容詞を学ぶ – オランダ語
breed
een breed strand
広い
広い浜辺
geboren
een pasgeboren baby
生まれたばかりの
生まれたばかりの赤ちゃん
moeilijk
de moeilijke bergbeklimming
難しい
難しい山の登り
besneeuwd
besneeuwde bomen
雪で覆われた
雪に覆われた木々
Engels
de Engelse les
英語の
英語の授業
vertraagd
het verlate vertrek
遅れた
遅れた出発
minderjarig
een minderjarig meisje
未成年の
未成年の少女
winters
het winterse landschap
冬の
冬の風景
privaat
het privéjacht
個人的な
個人のヨット
bruin
een bruine houten muur
茶色の
茶色の木の壁
stil
het verzoek stil te zijn
静かに
静かにするようにお願いすること