Vocabulaire
Apprendre les adjectifs – Néerlandais
schoon
schone was
propre
le linge propre
dagelijks
het dagelijkse bad
quotidien
le bain quotidien
besneeuwd
besneeuwde bomen
enneigé
les arbres enneigés
wereldwijd
de wereldwijde economie
mondial
l‘économie mondiale
ongewoon
ongewone paddenstoelen
inhabituel
des champignons inhabituels
zacht
het zachte bed
doux
le lit doux
intelligent
een intelligente student
intelligent
un élève intelligent
interessant
de interessante vloeistof
intéressant
le liquide intéressant
geheim
geheime informatie
secret
une information secrète
gouden
de gouden pagode
doré
la pagode dorée
troebel
een troebel bier
trouble
une bière trouble