Vocabulaire
Apprendre les adjectifs – Néerlandais
voorzichtig
de voorzichtige jongen
prudent
le garçon prudent
verstandig
de verstandige stroomproductie
raisonnable
la production d‘électricité raisonnable
zwak
de zwakke zieke
faible
la patiente faible
zwart
een zwarte jurk
noir
une robe noire
onmogelijk
een onmogelijke toegang
impossible
un accès impossible
Engels
de Engelse les
anglais
le cours d‘anglais
slim
een slimme vos
astucieux
un renard astucieux
beschikbaar
de beschikbare speeltuin
existant
le terrain de jeux existant
verlegen
een verlegen meisje
timide
une fille timide
dom
een domme vrouw
idiot
une femme idiote
dagelijks
het dagelijkse bad
quotidien
le bain quotidien