Vocabulaire
Apprendre les adjectifs – Néerlandais
dronken
een dronken man
ivre
un homme ivre
gelijkend
twee gelijkende vrouwen
semblable
deux femmes semblables
dwaas
het dwaze paar
niais
un couple niais
diep
diepe sneeuw
profond
la neige profonde
lang
lang haar
long
les cheveux longs
puur
puur water
pur
l‘eau pure
onwaarschijnlijk
een onwaarschijnlijke worp
improbable
un jet improbable
verticaal
een verticale rots
vertical
une falaise verticale
gebruikelijk
een gebruikelijk bruidsboeket
habituel
un bouquet de mariée habituel
vuil
de vuile lucht
sale
l‘air sale
oud
een oude dame
vieux
une vieille dame