Vocabulary
Learn Adjectives – Dutch
rijp
rijpe pompoenen
ripe
ripe pumpkins
onvriendelijk
een onvriendelijke kerel
unfriendly
an unfriendly guy
zacht
de zachte temperatuur
mild
the mild temperature
jaloers
de jaloerse vrouw
jealous
the jealous woman
open
het open gordijn
open
the open curtain
dwaas
het dwaze paar
silly
a silly couple
grappig
de grappige verkleedpartij
funny
the funny disguise
jaarlijks
de jaarlijkse toename
annual
the annual increase
verticaal
een verticale rots
vertical
a vertical rock
dringend
dringende hulp
urgent
urgent help
zelfgemaakt
de zelfgemaakte aardbeienpunch
homemade
homemade strawberry punch