词汇
学习动词 – 荷兰语
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
出错
今天一切都出错了!
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
搜索
窃贼正在搜索房子。
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
进入
船正在进入港口。
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.
觉得困难
他们都觉得告别很困难。
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
税收
公司以各种方式被征税。
wassen
De moeder wast haar kind.
洗
妈妈正在给孩子洗澡。
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
理解
人们不能理解关于计算机的一切。
trainen
De hond wordt door haar getraind.
训练
狗被她训练。
schrijven
Hij schrijft een brief.
写
他正在写一封信。
doden
Ik zal de vlieg doden!
杀
我要杀掉这只苍蝇!
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
绕行
汽车在圆圈里绕行。