词汇

学习动词 – 荷兰语

cms/verbs-webp/70624964.webp
plezier hebben
We hebben veel plezier gehad op de kermis!
玩得开心
我们在游乐场玩得很开心!
cms/verbs-webp/119747108.webp
eten
Wat willen we vandaag eten?
今天我们想吃什么?
cms/verbs-webp/43532627.webp
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
他们住在合租公寓里。
cms/verbs-webp/117890903.webp
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
回应
她总是第一个回应。
cms/verbs-webp/116519780.webp
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
冲出
她穿着新鞋冲了出去。
cms/verbs-webp/28581084.webp
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
垂下
屋顶上垂下冰柱。
cms/verbs-webp/103163608.webp
tellen
Ze telt de munten.
她数硬币。
cms/verbs-webp/61162540.webp
activeren
De rook activeerde het alarm.
触发
烟雾触发了警报。
cms/verbs-webp/120762638.webp
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
告诉
我有重要的事情要告诉你。
cms/verbs-webp/118826642.webp
uitleggen
Opa legt de wereld uit aan zijn kleinzoon.
解释
爷爷向孙子解释这个世界。
cms/verbs-webp/117490230.webp
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
订购
她为自己订购了早餐。
cms/verbs-webp/129403875.webp
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
铃每天都响。