Лексика

Вивчайте дієслова – нідерландська

cms/verbs-webp/117658590.webp
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
вимирати
Багато тварин вимерли сьогодні.
cms/verbs-webp/120509602.webp
vergeven
Ze kan het hem nooit vergeven!
прощати
Вона ніколи не пробачить йому це!
cms/verbs-webp/3270640.webp
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
переслідувати
Ковбой переслідує коней.
cms/verbs-webp/32796938.webp
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
відправляти
Вона хоче відправити лист зараз.
cms/verbs-webp/110775013.webp
opschrijven
Ze wil haar zakelijk idee opschrijven.
записувати
Вона хоче записати свою бізнес-ідею.
cms/verbs-webp/110233879.webp
creëren
Hij heeft een model voor het huis gecreëerd.
створити
Він створив модель будинку.
cms/verbs-webp/120259827.webp
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
критикувати
Бос критикує співробітника.
cms/verbs-webp/123546660.webp
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
перевіряти
Механік перевіряє функції автомобіля.
cms/verbs-webp/95056918.webp
leiden
Hij leidt het meisje bij de hand.
вести
Він веде дівчинку за руку.
cms/verbs-webp/80060417.webp
wegrijden
Ze rijdt weg in haar auto.
від‘їхати
Вона від‘їжджає на своєму автомобілі.
cms/verbs-webp/108118259.webp
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
забувати
Вона тепер забула його ім‘я.
cms/verbs-webp/109588921.webp
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
вимкнути
Вона вимикає будильник.