Лексика

Вивчайте дієслова – нідерландська

cms/verbs-webp/79582356.webp
ontcijferen
Hij ontcijfert de kleine letters met een vergrootglas.
розшифровувати
Він розшифровує дрібний друк з допомогою лупи.
cms/verbs-webp/47225563.webp
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
думати разом
У карточних іграх вам потрібно думати разом.
cms/verbs-webp/99602458.webp
beperken
Moet handel worden beperkt?
обмежувати
Чи слід обмежувати торгівлю?
cms/verbs-webp/62069581.webp
sturen
Ik stuur je een brief.
надсилати
Я надсилаю вам лист.
cms/verbs-webp/117897276.webp
ontvangen
Hij ontving een loonsverhoging van zijn baas.
отримувати
Він отримав підвищення від свого боса.
cms/verbs-webp/1422019.webp
herhalen
Mijn papegaai kan mijn naam herhalen.
повторювати
Мій папуга може повторити моє ім‘я.
cms/verbs-webp/114272921.webp
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
гнати
Ковбої гонять худобу на конях.
cms/verbs-webp/124545057.webp
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.
слухати
Діти люблять слухати її історії.
cms/verbs-webp/102853224.webp
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
об‘єднувати
Мовний курс об‘єднує студентів з усього світу.
cms/verbs-webp/101630613.webp
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
обшукувати
Злодій обшукує будинок.
cms/verbs-webp/36190839.webp
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
гасити
Пожежна команда гасить вогонь з повітря.
cms/verbs-webp/67232565.webp
eens zijn
De buren konden het niet eens worden over de kleur.
погоджуватися
Сусіди не могли погодитися на колір.