Ordforråd
Lær verb – nederlandsk
achtervolgen
De cowboy achtervolgt de paarden.
forfølge
Cowboys forfølger hestene.
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
komme sammen
Det er fint når to mennesker kommer sammen.
openen
De kluis kan worden geopend met de geheime code.
åpne
Safeen kan åpnes med den hemmelige koden.
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
male
Jeg har malt et vakkert bilde til deg!
aanraken
De boer raakt zijn planten aan.
berøre
Bonden berører plantene sine.
durven
Ze durfden uit het vliegtuig te springen.
tørre
De tørret å hoppe ut av flyet.
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
ville gå ut
Barnet vil gå ut.
mengen
Je kunt een gezonde salade met groenten mengen.
blande
Du kan blande en sunn salat med grønnsaker.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
sjekke
Mekanikeren sjekker bilens funksjoner.
sturen
De goederen worden in een pakket naar mij gestuurd.
sende
Varene vil bli sendt til meg i en pakke.
beslissen
Ze kan niet beslissen welke schoenen ze moet dragen.
bestemme
Hun klarer ikke bestemme hvilke sko hun skal ha på.