Testen 41



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Jan 16, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hij spreekt Engels.
Ele inglês   See hint
2. Zij kijkt naar een film.
Ela vê um   See hint
3. Waar zijn de glazen?
Onde estão os ?   See hint
4. Zie je dat dorp daar?
Você está vendo a ?   See hint
5. Graag nog zout en peper.
Mais sal e , por favor   See hint
6. Hoeveel kost het naar het station?
Quanto custa até à ?   See hint
7. Waar zijn de gorilla’s en de zebra’s?
Onde os gorilas e as zebras?   See hint
8. Kun je zwemmen?
pode nadar?   See hint
9. Vandaag maak ik noedelsoep.
vou fazer uma sopa de macarrão   See hint
10. De koffie is nog heet.
O café ainda está   See hint