Testen 41



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun May 03, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hij spreekt Engels.
Él habla   See hint
2. Zij kijkt naar een film.
Ella está viendo una   See hint
3. Waar zijn de glazen?
Dónde los vasos?   See hint
4. Zie je dat dorp daar?
Ves pueblo allá?   See hint
5. Graag nog zout en peper.
Tráigame más sal y , por favor   See hint
6. Hoeveel kost het naar het station?
Cuánto vale ir la estación?   See hint
7. Waar zijn de gorilla’s en de zebra’s?
Dónde están los y las cebras?   See hint
8. Kun je zwemmen?
nadar?   See hint
9. Vandaag maak ik noedelsoep.
Hoy me prepararé una sopa de   See hint
10. De koffie is nog heet.
El café todavía está   See hint