Woordenlijst
Leer werkwoorden – Kroatisch
čuvati
Novac čuvam u noćnom ormariću.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
obnoviti
Slikar želi obnoviti boju zida.
vernieuwen
De schilder wil de muurkleur vernieuwen.
prevladati
Sportaši prevladavaju slap.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
proći
Studenti su prošli ispit.
slagen
De studenten zijn geslaagd voor het examen.
ponoviti
Možete li to ponoviti?
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
kušati
Glavni kuhar kuša juhu.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
ležati
Djeca leže zajedno na travi.
liggen
De kinderen liggen samen in het gras.
zapisati
Moraš zapisati lozinku!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
gledati
Ona gleda kroz dalekozor.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
vratiti
Uređaj je neispravan; trgovac ga mora vratiti.
terugnemen
Het apparaat is defect; de winkelier moet het terugnemen.
slušati
Djeca rado slušaju njene priče.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.