Woordenlijst
Leer werkwoorden – Esperanto
luigi
Li luigas sian domon.
verhuren
Hij verhuurt zijn huis.
eniri
La ŝipo eniras la havenon.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
komerci
Homoj komercas uzitajn meblojn.
handelen
Mensen handelen in gebruikte meubels.
ensaluti
Vi devas ensaluti per via pasvorto.
inloggen
Je moet inloggen met je wachtwoord.
mendi
Ŝi mendas matenmanĝon por si.
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
alkutimiĝi
Infanoj bezonas alkutimiĝi al dentobrostado.
wennen aan
Kinderen moeten wennen aan het tandenpoetsen.
veki
La vekhorloĝo vekas ŝin je la 10a atm.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
ignori
La infano ignoras siajn patrinajn vortojn.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
krei
Kiu kreis la Teron?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
proponi
Kion vi proponas al mi por mia fiŝo?
aanbieden
Wat bied je me aan voor mijn vis?
savi
La kuracistoj povis savi lian vivon.
redden
De dokters konden zijn leven redden.