bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
批判する
上司は従業員を批判します。
willen
Hij wil te veel!
望む
彼は多くを望んでいます!
leiden
De meest ervaren wandelaar leidt altijd.
導く
最も経験豊富なハイカーが常に先導します。
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
存在する
恐竜は今日ではもう存在しません。
worden
Ze zijn een goed team geworden.
なる
彼らは良いチームになりました。
hangen
IJsspegels hangen van het dak.
ぶら下がる
屋根から氷柱がぶら下がっています。
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
処分する
これらの古いゴムタイヤは別々に処分する必要があります。
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
気づく
子供は彼の両親の口論に気づいています。
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
連れて行く
私たちはクリスマスツリーを連れて行きました。
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
印刷する
書籍や新聞が印刷されています。
vermijden
Hij moet noten vermijden.
避ける
彼はナッツを避ける必要があります。
spreken
Men moet niet te luid spreken in de bioscoop.
話す
映画館では大声で話してはいけません。