単語
形容詞を学ぶ – オランダ語
eenzaam
de eenzame weduwnaar
孤独な
孤独な未亡人
eerlijk
de eerlijke eed
正直な
正直な誓い
breed
een breed strand
広い
広い浜辺
rond
de ronde bal
丸い
丸いボール
dom
de domme jongen
馬鹿な
馬鹿な少年
winters
het winterse landschap
冬の
冬の風景
gezouten
gezouten pinda‘s
塩辛い
塩辛いピーナッツ
zoet
het zoete snoepgoed
甘い
甘いお菓子
pittig
een pittige sandwichspread
辛い
辛いパンの上ふりかけ
paars
de paarse bloem
紫色
紫の花
vrolijk
de vrolijke verkleedpartij
面白い
面白い仮装