‫אוצר מילים‬

למד פעלים – הולנדית

cms/verbs-webp/58292283.webp
eisen
Hij eist compensatie.
דורש
הוא דורש פיצוי.
cms/verbs-webp/102167684.webp
vergelijken
Ze vergelijken hun cijfers.
משווים
הם משווים את הספרות שלהם.
cms/verbs-webp/113966353.webp
serveren
De ober serveert het eten.
לשרת
המלצר משרת את האוכל.
cms/verbs-webp/43483158.webp
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
לנסוע ברכבת
אני אנסוע לשם ברכבת.
cms/verbs-webp/35137215.webp
slaan
Ouders zouden hun kinderen niet moeten slaan.
לא להכות
ההורים לא צריכים להכות את הילדים שלהם.
cms/verbs-webp/94193521.webp
draaien
Je mag naar links draaien.
לפנות
אתה יכול לפנות שמאלה.
cms/verbs-webp/118861770.webp
bang zijn
Het kind is bang in het donker.
מפחד
הילד מפחד בחושך.
cms/verbs-webp/58993404.webp
naar huis gaan
Hij gaat na het werk naar huis.
הולך
הוא הולך הביתה אחרי העבודה.
cms/verbs-webp/116835795.webp
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
מגיעים
הרבה אנשים מגיעים בקראוון בחופשה.
cms/verbs-webp/33493362.webp
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
להתקשר
אנא התקשר אליי מחר.
cms/verbs-webp/108286904.webp
drinken
De koeien drinken water uit de rivier.
שותות
הפרות שותות מים מהנהר.
cms/verbs-webp/31726420.webp
zich wenden tot
Ze wenden zich tot elkaar.
להפנות
הם מפנים אחד לשני.