Vortprovizo
Lernu Verbojn – nederlanda
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
etendi
Li etendas siajn brakojn larĝe.
verkopen
De handelaren verkopen veel goederen.
vendi
La komercistoj vendas multajn varojn.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
fiksi
La dato estas fiksata.
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
lasi tra
Ĉu oni devus lasi rifugintojn tra la limoj?
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
retrovi sian vojon
Mi ne povas retrovi mian vojon reen.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
fari
Ili volas fari ion por sia sano.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
preni
Ŝi devas preni multe da medikamentoj.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
manki
Ŝi mankis gravan rendevuon.
rondspringen
Het kind springt vrolijk in het rond.
saltadi
La infano ĝoje saltadas.
voorzien
Strandstoelen worden voor de vakantiegangers voorzien.
provizi
Plaĝseĝoj estas provizitaj por la turistoj.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
koni
Ŝi ne konas elektrecon.