Vocabulari
Aprèn adjectius – neerlandès
ongehuwd
de ongehuwde man
solter
un home solter
koud
het koude weer
fred
el temps fred
snel
de snelle skiër
ràpid
l‘esquiador d‘abaratament ràpid
gebruikelijk
een gebruikelijk bruidsboeket
habitual
un ram de nuvia habitual
juist
een juiste gedachte
correcte
un pensament correcte
levendig
levendige huisgevels
vivent
façanes vives
wreed
de wrede jongen
cruel
el noi cruel
vriendschappelijk
de vriendschappelijke omhelzing
amistós
l‘abraçada amistosa
veelkleurig
veelkleurige paaseieren
colorit
ous de Pasqua colorits
goed
goede koffie
bo
bon cafè
kort
een korte blik
curt
una mirada curta