Vocabulari
Aprèn verbs – neerlandès
drukken
Boeken en kranten worden gedrukt.
imprimir
Es imprimeixen llibres i diaris.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
limitar
Durant una dieta, has de limitar la teva ingesta d’aliments.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
examinar
Les mostres de sang s’examinen en aquest laboratori.
inrichten
Mijn dochter wil haar appartement inrichten.
muntar
La meva filla vol muntar el seu pis.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
emfatitzar
Pots emfatitzar els teus ulls bé amb maquillatge.
draaien
Ze draait het vlees.
girar
Ella gira la carn.
schrijven
Hij schrijft een brief.
escriure
Ell està escrivint una carta.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
prestar atenció
Cal prestar atenció als senyals de trànsit.
veroorzaken
Alcohol kan hoofdpijn veroorzaken.
causar
L’alcohol pot causar mal de cap.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
aparcar
Els cotxes estan aparcat al pàrquing subterrani.
eten
De kippen eten de granen.
menjar
Les gallines estan menjant els grans.