Vocabulari
Aprèn adjectius – neerlandès
dwaas
het dwaze paar
ridícul
una parella ridícula
zacht
het zachte bed
suau
el llit suau
lekker
een lekkere pizza
deliciós
una pizza deliciosa
kreupel
een kreupel man
coix
un home coix
breed
een breed strand
ample
una platja ampla
fit
een fitte vrouw
en forma
una dona en forma
uniek
het unieke aquaduct
únic
l‘aquaducte únic
somber
een sombere hemel
fosca
un cel fosc
gevarieerd
een gevarieerd fruitaanbod
variada
una oferta de fruites variada
verlegen
een verlegen meisje
tímida
una noia tímida
open
het open gordijn
obert
la cortina oberta