词汇
学习副词 – 荷兰语
‘s morgens
Ik moet vroeg opstaan ‘s morgens.
早晨
早晨我必须早起。
bijna
Ik raakte bijna!
几乎
我几乎打中了!
buiten
We eten vandaag buiten.
外面
我们今天在外面吃饭。
naar beneden
Ze springt naar beneden in het water.
下去
她跳下水里。
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.
上面
他爬上屋顶坐在上面。
samen
We leren samen in een kleine groep.
一起
我们在一个小团体中一起学习。
bijna
De tank is bijna leeg.
几乎
油箱几乎是空的。
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.
更多
更大的孩子得到更多的零花钱。
samen
De twee spelen graag samen.
一起
这两个人喜欢一起玩。
te veel
Hij heeft altijd te veel gewerkt.
太多
他总是工作得太多。
buiten
Het zieke kind mag niet naar buiten.
出去
生病的孩子不允许出去。