Lug’at
Fellarni organing – Dutch
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
uyg‘otmoq
Soat o‘ngda uyg‘otuvchi soat uni uyg‘otadi.
lukken
Deze keer is het niet gelukt.
ishlamoq
Bu safar ishlamadi.
bidden
Hij bidt in stilte.
namoz o‘qimoq
U jinni namoz o‘qiydi.
weglopen
Sommige kinderen lopen van huis weg.
yugurmoq
Ayollar uydin yuguradi.
met de trein gaan
Ik ga er met de trein heen.
poyezd bilan borishmoq
Men poyezd bilan boraman.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
tegmoq
U uni yumboshli tegdi.
doorzoeken
De inbreker doorzoekt het huis.
izlashmoq
Urug‘chi uyda izlayapti.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
kerak
Teker qo‘ymoq uchun sizga kriko kerak.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
kirish
U mehmonxona xonasiga kiradi.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
ochmoq
Festival fayervers bilan ochildi.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
yozmoq
U menga o‘tgan hafta yozdi.