Testen 39



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat May 02, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Landen en talen
‫מדינות   See hint
2. Zij werkt op kantoor.
‫היא במשרד ‬   See hint
3. Zal ik de aardappelen schillen?
‫שאקלף את תפוחי האדמה?‬   See hint
4. Zie je die toren daar?
‫את / רואה שם את המגדל?‬   See hint
5. Een gekookt ei?
קשה?‬   See hint
6. Kun je hier ski’s huren?
‫ניתן כאן מגלשי סקי?‬   See hint
7. Daar is een restaurant.
‫שם יש ‬   See hint
8. Heb je een zwembroek?
‫יש לך בגד ים ?‬   See hint
9. Mis je iets?
חסר לך משהו?   See hint
10. Morgen is het dinsdag.
מחר יום   See hint