Testen 39



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sat Jan 17, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Landen en talen
Landoj kaj   See hint
2. Zij werkt op kantoor.
Ŝi en oficejo   See hint
3. Zal ik de aardappelen schillen?
mi senŝeligu la terpomojn?   See hint
4. Zie je die toren daar?
Ĉu vi vidas la turon ?   See hint
5. Een gekookt ei?
Ĉu ovon?   See hint
6. Kun je hier ski’s huren?
Ĉu oni povas lupreni skiojn ?   See hint
7. Daar is een restaurant.
Tie restoracio   See hint
8. Heb je een zwembroek?
Ĉu vi bankalsonon?   See hint
9. Mis je iets?
Ĉu vi ion?   See hint
10. Morgen is het dinsdag.
Morgaŭ mardo   See hint