Testen 14



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Wed Apr 29, 2026

0/10

Klik op een woord
1. In welk hotel verblijft u?
Dans quel séjournez-vous ?   See hint
2. Morgen werk ik weer.
Demain, je recommence à   See hint
3. Neemt u plaats!
4. Ik stel voor dat we in het weekend afspreken.
Je que nous nous rencontrions ce week-end   See hint
5. Ik wil graag een fles champagne.
J’aimerais une bouteille de   See hint
6. U moet hier uitstappen.
Vous devez ici   See hint
7. Mag men foto’s maken?
Peut-on ?   See hint
8. Kun je waterski’s huren?
Est-ce qu’on peut louer des skis ?   See hint
9. Ik fiets.
Je fais du   See hint
10. Ik ben in de bibliotheek.
Je à la bibliothèque   See hint