Woordenlijst
Leer bijvoeglijke naamwoorden – Portugees (PT)
velha
uma senhora velha
oud
een oude dame
brilhante
um chão brilhante
glanzend
een glanzende vloer
farto
uma refeição farta
uitgebreid
een uitgebreide maaltijd
profundo
neve profunda
diep
diepe sneeuw
laranja
alperces laranja
oranje
oranje abrikozen
atómico
a explosão atômica
nucleair
de nucleaire explosie
secreto
o doce secreto
stiekem
het stiekeme snoepen
azul
bolas de Natal azuis
blauw
blauwe kerstballen
sujo
o ar sujo
vuil
de vuile lucht
primeiro
as primeiras flores da primavera
eerste
de eerste lentebloemen
gordo
um peixe gordo
dik
een dikke vis