Woordenlijst
Leer bijvoeglijke naamwoorden – Esperanto
feliĉa
la feliĉa paro
gelukkig
het gelukkige stel
rompita
la rompita aŭta vitraĵo
kapot
de kapotte autoruit
klara
la klara okulvitro
duidelijk
de duidelijke bril
malmulta
malmulta manĝaĵo
weinig
weinig eten
netravirebla
netravirebla vojo
onbegaanbaar
de onbegaanbare weg
restanta
la restanta manĝaĵo
over
het overgebleven eten
matura
maturaj kukurboj
rijp
rijpe pompoenen
vertikala
vertikala roko
verticaal
een verticale rots
malluma
la malluma nokto
donker
de donkere nacht
timema
timema knabino
verlegen
een verlegen meisje
havebla
la havebla ventenergio
beschikbaar
de beschikbare windenergie