Vocabulaire
Apprendre les adjectifs – Néerlandais
aanwezig
een aanwezige bel
présent
la sonnette présente
grappig
grappige baarden
drôle
des barbes drôles
dronken
een dronken man
ivre
un homme ivre
hedendaags
de hedendaagse kranten
actuel
les journaux actuels
prachtig
een prachtige waterval
merveilleux
une chute d‘eau merveilleuse
intelligent
een intelligente student
intelligent
un élève intelligent
moeiteloos
het moeiteloze fietspad
sans effort
la piste cyclable sans effort
Engelstalig
een Engelstalige school
anglophone
une école anglophone
trouw
een teken van trouwe liefde
fidèle
un signe d‘amour fidèle
minderjarig
een minderjarig meisje
mineur
une fille mineure
zoet
het zoete snoepgoed
sucré
le confit sucré