Vocabulario
Aprender adjetivos – neerlandés
noodzakelijk
het noodzakelijke paspoort
necesario
el pasaporte necesario
extern
een externe opslag
externo
un almacenamiento externo
horizontaal
de horizontale lijn
horizontal
la línea horizontal
verwant
de verwante handgebaren
relacionado
los gestos relacionados
verlegen
een verlegen meisje
tímido
una chica tímida
medisch
het medisch onderzoek
médico
el examen médico
reëel
de reële waarde
real
el valor real
failliet
de failliete persoon
en bancarrota
la persona en bancarrota
vers
verse oesters
fresco
ostras frescas
roze
een roze kamerinrichting
rosa
un diseño de habitación rosa
zwaar
een zware bank
pesado
un sofá pesado