Vortprovizo
Lernu Verbojn – nederlanda
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
malkovri
La maristoj malkovris novan teron.
aankomen
Het vliegtuig is op tijd aangekomen.
alveni
La aviadilo alvenis laŭhore.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
forigi
Mia estro forigis min.
straffen
Ze strafte haar dochter.
puni
Ŝi punis sian filinon.
verrassen
Ze verraste haar ouders met een cadeau.
surprizi
Ŝi surprizis siajn gepatrojn per donaco.
teruggaan
Hij kan niet alleen teruggaan.
reiri
Li ne povas reiri sole.
uitspreken
Ze wil zich uitspreken tegen haar vriend.
esprimi sin
Ŝi volas esprimi sin al sia amiko.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
konstrui
La infanoj konstruas altan turon.
doorkomen
Het water was te hoog; de truck kon er niet doorheen.
trapasi
La akvo estis tro alta; la kamiono ne povis trapasi.
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
okazi
Strangaj aferoj okazas en sonĝoj.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.
timi
Ni timas, ke la persono estas grave vundita.