Vocabulari

Aprèn verbs – neerlandès

cms/verbs-webp/93697965.webp
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
conduir al voltant
Els cotxes condueixen en cercle.
cms/verbs-webp/102631405.webp
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
oblidar
Ella no vol oblidar el passat.
cms/verbs-webp/100466065.webp
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
omitir
Pots omitir el sucre al te.
cms/verbs-webp/5161747.webp
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
treure
L’excavadora està treient la terra.
cms/verbs-webp/108556805.webp
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
mirar avall
Podia mirar la platja des de la finestra.
cms/verbs-webp/109588921.webp
uitzetten
Ze zet de wekker uit.
apagar
Ella apaga el despertador.
cms/verbs-webp/120015763.webp
naar buiten willen
Het kind wil naar buiten.
voler sortir
El nen vol sortir fora.
cms/verbs-webp/103719050.webp
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
desenvolupar
Estan desenvolupant una nova estratègia.
cms/verbs-webp/125385560.webp
wassen
De moeder wast haar kind.
rentar
La mare renta el seu fill.
cms/verbs-webp/108350963.webp
verrijken
Specerijen verrijken ons eten.
enriquir
Les espècies enriqueixen el nostre menjar.
cms/verbs-webp/66441956.webp
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
apuntar
Has d’apuntar la contrasenya!
cms/verbs-webp/44518719.webp
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
caminar
No es pot caminar per aquest camí.