المفردات
تعلم الأفعال – الهولندية
smaken
Dit smaakt echt goed!
تذوق
هذا يتذوق بشكل جيد حقًا!
gebeuren
Vreemde dingen gebeuren in dromen.
تحدث
الأمور الغريبة تحدث في الأحلام.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
سمح بالدخول
كانت تثلج خارجاً وسمحنا لهم بالدخول.
sorteren
Hij sorteert graag zijn postzegels.
فرز
يحب فرز طوابعه.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
بدأ
تبدأ حياة جديدة بالزواج.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
يبني
الأطفال يبنون برجًا طويلًا.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.
يجمع
دورة اللغة تجمع الطلاب من جميع أنحاء العالم.
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
فتح
هل يمكنك فتح هذا العلبة لي من فضلك؟
missen
De man heeft zijn trein gemist.
فاته
فات الرجل قطاره.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.
طلب
يطلب منها الغفران.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
يريدون
الرائدون الفضائيون يريدون استكشاف الفضاء الخارجي.