คำศัพท์

เรียนรู้คำกริยา – ดัตช์

cms/verbs-webp/102731114.webp
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
พิมพ์
สำนักพิมพ์ได้พิมพ์หนังสือหลายเล่ม
cms/verbs-webp/11497224.webp
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
ตอบ
นักเรียนตอบคำถาม
cms/verbs-webp/108014576.webp
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
เจอ
พวกเขาเจอกันอีกครั้ง
cms/verbs-webp/86196611.webp
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
ถูกขับ
น่าเสียดายมากว่าสัตว์มากถูกขับโดยรถยนต์
cms/verbs-webp/122224023.webp
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
ตั้ง
เร็วๆ นี้เราจะต้องตั้งนาฬิกากลับไปอีก
cms/verbs-webp/123648488.webp
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
เยี่ยมชม
แพทย์เยี่ยมชมผู้ป่วยทุกวัน
cms/verbs-webp/114052356.webp
branden
Het vlees mag niet branden op de grill.
เผา
เนื้อไม่ควรถูกเผาบนกริล
cms/verbs-webp/123380041.webp
overkomen
Is hem iets overkomen tijdens het werkongeluk?
เกิดกับ
มีสิ่งใดเกิดขึ้นกับเขาในอุบัติเหตุที่ทำงาน?
cms/verbs-webp/130288167.webp
schoonmaken
Ze maakt de keuken schoon.
ทำความสะอาด
เธอทำความสะอาดห้องครัว
cms/verbs-webp/105785525.webp
op handen zijn
Een ramp is op handen.
กำลังจะเกิดขึ้น
ภัยพิบัติกำลังจะเกิดขึ้น
cms/verbs-webp/119747108.webp
eten
Wat willen we vandaag eten?
กิน
เราจะกินอะไรวันนี้?
cms/verbs-webp/41918279.webp
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
วิ่งหนี
ลูกชายของเราต้องการวิ่งหนีจากบ้าน