Testen 27



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri May 01, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Dat is de lerares.
é a professora   See hint
2. Er is hier een feest aan de gang.
Aqui há uma   See hint
3. Ik hang de was op.
Eu a roupa   See hint
4. Ik heb een taxi nodig.
preciso de um táxi   See hint
5. Ik wil graag een voorgerecht.
Eu uma entrada   See hint
6. Hij vaart met de boot.
Ele vai de   See hint
7. Daar zijn de giraffen.
estão as girafas   See hint
8. Wat is er op televisie?
O é que está a dar na televisão?   See hint
9. De bloem is donkerrood.
A é vermelho-escura   See hint
10. Wanneer ben je weer thuis?
Quando a casa?   See hint