Testen 100



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu May 07, 2026

0/10

Klik op een woord
1. De vierde dag is donderdag.
dzień to czwartek   See hint
2. Hoe is het weer vandaag?
Jaka jest dzisiaj ?   See hint
3. Wat is uw moedertaal?
Jaki pana / pani język ojczysty?   See hint
4. Ik wil graag thee.
Poproszę   See hint
5. Zijn er nog twee plaatsen vrij?
są dwa wolne miejsca?   See hint
6. Waar is de markt?
jest rynek?   See hint
7. Je hebt schoenen, sandalen en laarzen nodig.
Potrzebne ci będą buty, i kozaki   See hint
8. Wat voor groenten koop je?
Jakie warzywa ?   See hint
9. Ik woon in een huis.
Mieszkam w   See hint
10. Zullen we iets drinken?
Czy możemy się napić?   See hint