Testen 33



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Fri Jan 16, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hij leert Duits.
Lui il tedesco   See hint
2. Ik houd niet van champagne.
mi piace il prosecco   See hint
3. Wie stofzuigt?
Chi / Chi passa l’aspirapolvere?   See hint
4. Wat is er in de stad te zien?
Cosa c’è da vedere in ?   See hint
5. Wij willen graag ontbijten.
fare colazione   See hint
6. Wij moeten omkeren.
tornare indietro   See hint
7. Waar is een batterij?
Dove una batteria?   See hint
8. Dit is een strafschop.
Adesso c’è un   See hint
9. Heb je broers of zussen?
Hai o sorelle?   See hint
10. Rijd langzaam!
lentamente   See hint