Testen 32



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Thu Jan 15, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Jij leert Spaans.
Tú estudias   See hint
2. Drink je cola met rum?
Bebes con ron?   See hint
3. Wie maakt de ramen schoon?
Quién limpia las ?   See hint
4. Hier is mijn rijbewijs.
Aquí mi permiso de conducir   See hint
5. Ik wil graag fruit of kaas.
Querría o queso   See hint
6. Wij zitten op de verkeerde weg.
Vamos por el camino   See hint
7. Ik heb een fototoestel.
Yo tengo una cámara   See hint
8. De scheidsrechter komt uit België.
árbitro es de Bélgica   See hint
9. Mijn bed staat in de slaapkamer.
Mi cama está en el   See hint
10. Het briefje ligt onder de tafel.
La nota debajo de la mesa   See hint