Testen 20

Nederlands » Spaans



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Mon May 25, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hier is mijn adres.
está mi dirección   See hint
2. oktober, november en december.
octubre, y diciembre   See hint
3. Ik maak de badkamer schoon.
Yo limpio el   See hint
4. Ik kom je op de bushalte ophalen.
Te en la parada de autobús   See hint
5. Ik wil graag iets wat niet lang duurt.
Querría algo que no tarde   See hint
6. Wanneer gaat de laatste tram?
A qué hora pasa el último ?   See hint
7. Wat voor een gebouw is dat?
Qué tipo de es éste?   See hint
8. Heb je dan skischoenen bij je?
las botas de esquí aquí?   See hint
9. De baby slaapt vredig in het vliegtuig.
El bebé duerme en el avión   See hint
10. Hoe heet dat in het Russisch?
Cómo se llama eso en ?   See hint