Testen 20

Nederlands » Spaans



Datum:
Tijd besteed aan testen::
Score:


Sun May 24, 2026

0/10

Klik op een woord
1. Hier is mijn adres.
está mi dirección   See hint
2. oktober, november en december.
octubre, y diciembre   See hint
3. Ik maak de badkamer schoon.
limpio el baño   See hint
4. Ik kom je op de bushalte ophalen.
Te recojo en la parada de   See hint
5. Ik wil graag iets wat niet lang duurt.
algo que no tarde mucho   See hint
6. Wanneer gaat de laatste tram?
A qué hora pasa el tranvía?   See hint
7. Wat voor een gebouw is dat?
Qué de edificio es éste?   See hint
8. Heb je dan skischoenen bij je?
Tienes las botas de aquí?   See hint
9. De baby slaapt vredig in het vliegtuig.
El bebé tranquilamente en el avión   See hint
10. Hoe heet dat in het Russisch?
Cómo se llama eso en ?   See hint