Rječnik
Naučite glagole – nizozemski
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
čavrljati
Često čavrlja s susjedom.
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
ubiti
Pazi, s tom sjekirom možeš nekoga ubiti!
verheugen
Kinderen verheugen zich altijd op sneeuw.
veseliti se
Djeca se uvijek vesele snijegu.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
parkirati
Automobili su parkirani u podzemnoj garaži.
schoppen
Pas op, het paard kan schoppen!
udariti
Pazi, konj može udariti!
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
trčati za
Majka trči za svojim sinom.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
ostaviti netaknuto
Priroda je ostala netaknuta.
hangen
Ze hangen beide aan een tak.
visjeti
Oboje vise na grani.
rennen
De atleet rent.
trčati
Sportaš trči.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
obaviti
On obavlja popravak.
garanderen
Verzekering garandeert bescherming bij ongevallen.
jamčiti
Osiguranje jamči zaštitu u slučaju nesreća.