Rječnik
Naučite glagole – nizozemski
ter beschikking hebben
Kinderen hebben alleen zakgeld ter beschikking.
imati na raspolaganju
Djeca imaju na raspolaganju samo džeparac.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
igrati
Dijete radije igra samo.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
pomaknuti
Uskoro ćemo morati sat pomaknuti unazad.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
oštetiti
U nesreći su oštećena dva automobila.
bellen
Ze kan alleen bellen tijdens haar lunchpauze.
zvati
Može zvati samo tijekom pauze za ručak.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
slijediti
Pilići uvijek slijede svoju majku.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
hodati
Voli hodati po šumi.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
istraživati
Ljudi žele istraživati Mars.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
završiti
Svakodnevno završava svoju jogging rutu.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
raditi na
Mora raditi na svim tim datotekama.
bewandelen
Dit pad mag niet bewandeld worden.
hodati
Ovom stazom se ne smije hodati.