Rječnik

Naučite priloge – nizozemski

cms/adverbs-webp/128130222.webp
samen
We leren samen in een kleine groep.
zajedno
Učimo zajedno u maloj grupi.
cms/adverbs-webp/134906261.webp
al
Het huis is al verkocht.
već
Kuća je već prodana.
cms/adverbs-webp/96549817.webp
weg
Hij draagt de prooi weg.
dalje
On nosi plijen dalje.
cms/adverbs-webp/135007403.webp
in
Gaat hij naar binnen of naar buiten?
u
Ide li on unutra ili van?
cms/adverbs-webp/73459295.webp
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
također
Pas također smije sjediti za stolom.
cms/adverbs-webp/141168910.webp
daar
Het doel is daar.
tamo
Cilj je tamo.
cms/adverbs-webp/12727545.webp
beneden
Hij ligt beneden op de vloer.
dolje
On leži dolje na podu.
cms/adverbs-webp/138692385.webp
ergens
Een konijn heeft zich ergens verstopt.
negdje
Zec se negdje sakrio.
cms/adverbs-webp/7769745.webp
opnieuw
Hij schrijft alles opnieuw.
ponovno
On sve piše ponovno.
cms/adverbs-webp/7659833.webp
gratis
Zonne-energie is gratis.
besplatno
Solarna energija je besplatna.
cms/adverbs-webp/75164594.webp
vaak
Tornado‘s worden niet vaak gezien.
često
Tornada se ne viđaju često.
cms/adverbs-webp/176235848.webp
in
De twee komen binnen.
unutra
Oboje ulaze unutra.