Rječnik
Naučite glagole – nizozemski
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
glasati
Glasaci danas glasaju o svojoj budućnosti.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
krenuti
Kada se svjetlo promijenilo, automobili su krenuli.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
boriti se
Sportaši se bore jedan protiv drugog.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
lagati
Ponekad u nuždi morate lagati.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
kritikovati
Šef kritikuje zaposlenika.
bevallen
Ze zal binnenkort bevallen.
roditi
Uskoro će roditi.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
prekriti
Lokvanji prekrivaju vodu.
weggeven
Ze geeft haar hart weg.
darovati
Ona daruje svoje srce.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
prihvatiti
Ne mogu to promijeniti, moram to prihvatiti.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
držati govor
Politikar drži govor pred mnogim studentima.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
ignorisati
Dijete ignoriše riječi svoje majke.